AC of DC voor een bedrijfsparking? Praktische keuzegids
Kies niet op het hoogste vermogen, maar op de energie die voertuigen tijdens hun parkeerduur nodig hebben. Zo onderbouw je AC, DC of een combinatie voor je bedrijfsparking.
Bijgewerkt:

Begin met vier gegevens, niet met een toestel
Noteer per gebruikersgroep de dagelijkse energiebehoefte in kWh, de beschikbare parkeerduur, het aantal voertuigen dat tegelijk moet laden en de vrije capaciteit van de netaansluiting. Werknemers die een werkdag parkeren hebben een ander laadprofiel dan servicewagens die tussen twee ritten terugkomen. Deze gids geeft ontwerpvoorbeelden, geen uitgevoerde klantcase.
AC: laden tijdens een werkdag of nachtdienst
Bij AC zet de boordlader van het voertuig wisselstroom om naar gelijkstroom voor de batterij. AC is een logische eerste optie als voertuigen meerdere uren blijven staan en hun energiebehoefte binnen die tijd kan worden geleverd. De Autel Single Charger heeft maximaal 22 kW; de Autel AC Ultra en Ultra Street hebben twee laadpunten van maximaal 22 kW. Het daadwerkelijke vermogen hangt ook af van voertuig en installatie.
Rekenvoorbeeld: een werknemer heeft 30 kWh nodig
Stel dat een wagen 30 kWh moet bijladen en zes uur blijft staan. De theoretische gemiddelde vermogensvraag is 30 / 6 = 5 kW. Bij een constant laadvermogen van 11 kW duurt dezelfde energieoverdracht theoretisch ongeveer 2 uur en 44 minuten. Dit is een vereenvoudigd voorbeeld, zonder laadverliezen, vermogensverdeling of onderbrekingen. Een laadpunt van 22 kW maakt een wagen met een AC-boordlader van maximaal 11 kW niet sneller dan 11 kW.
DC: wanneer het laadvenster kort is
Bij DC gebeurt de omzetting in de lader en gaat gelijkstroom naar de batterij. Stel dat een servicewagen 30 kWh moet ontvangen tijdens een stop van 45 minuten: dan is gemiddeld 40 kW nodig, nog zonder verliezen. De Autel DC Compact 50 kW is een kandidaat om technisch te beoordelen. Voor grotere energievragen zijn de modulaire DH240 en DH480 opties, geen automatische standaard voor een kantoorparking. Controleer voertuigcompatibiliteit, laadcurve en vermogensverdeling.
Een combinatie voor verschillende gebruikers
Een mogelijke opstelling is AC voor werknemers die lang parkeren en een afzonderlijke DC-plek voor voertuigen die snel weer vertrekken. Bepaal aantallen vanuit de werkelijke bezetting, niet met een vaste AC/DC-verhouding. Maak afspraken over toegang, reserveringen en het verplaatsen van voertuigen na het laden.
Controleer het gebouw en de piekbelasting
Tien laadpunten die elk tegelijk 11 kW leveren vragen samen 110 kW laadvermogen. Dat is een theoretische gelijktijdige vraag, niet automatisch de benodigde aansluitverzwaring. Dynamisch lastmanagement kan laden begrenzen op basis van het gebouwverbruik, maar maakt geen extra energie beschikbaar. De installateur controleert aansluiting, kabels, beveiliging, meetinrichting en lokale voorschriften. Toets ook of de energie binnen de beschikbare tijd geleverd kan worden.
Maak de offerte compleet en houd de platformkeuze open
Vergelijk niet alleen de lader: neem voeding, kabeltracés, beveiliging, eventuele aansluitverzwaring, beheer en onderhoud mee. Autel levert de hardware. Blulinc ondersteunt partners met distributie, documentatie, opleiding en optionele configuratie. Koppeling aan het CPMS van de partner verloopt via OCPP; stem versie en functies vooraf af. Voorconfiguratie is optioneel, niet standaard inbegrepen. Geef in je offerteaanvraag de vier startgegevens en de gewenste platformkoppeling door.
Bronnen en grenzen van dit advies
Technische uitgangspunten: de publieke Electrify.brussels-bedrijfsgids, hoofdstuk 3 over laadmodi, laadvermogen en netaansluiting (geraadpleegd op 18 oktober 2026). Autel-modelvermogens komen uit de bestaande productfiches op deze site. Alle rekensommen zijn illustratieve scenario’s. Werkelijke laadtijden hangen onder meer af van voertuig, batterijtemperatuur, laadstatus, verliezen en beschikbare capaciteit. Laat de definitieve dimensionering door de installateur bevestigen.
